Sneeuwluipaard en Europese Lynx, de beste kattencombinatie ooit!

Op zoek naar Sneeuwluipaard en ze nog zien ook, het is maar weinig organisaties gegeven. Met een succesratio van 100% zijn onze trips heel succesvol te noemen. We doen er zelfs een schepje bovenop en scoren Europese lynx op de koop toe! Lees hier het verslag van onze Sneeuwluipaard-trip in augustus-september 2015, geschreven door één van de deelnemers, Jörg Hamann.

Na acht uur vliegen arriveerden we ‘s nachts in Delhi, ruim op tijd om onze aansluitende ochtendvlucht naar Leh te halen. Na een grondige veiligheidscontrole waren we vertrokken voor een spectaculaire vlucht naar Leh. Het uitzicht op de met sneeuw bedekte Himalaya-toppen was een beeld dat we niet snel zullen vergeten!

In Leh werden we verwelkomd door onze lokale gids Jigmet die ons naar het Lotus hotel bracht. Na een eerste, lekkere lunch vertrokken we met twee busjes in westelijke richting, het dal van de Indus volgend. Het doel van deze eerste excursie is de Urial – een soort bergschaap met een beperkt verspreidingsgebied – dat zich al bij de tweede stop laat zien. De eerste soort is binnen!

Twaalf dieren op een helling gaven ons alle tijd ze te observeren en fotograferen. Bij de volgende stop scoorden we zelfs nog beter! Maarliefst 28 Urials, waaronder lammeren en een ram, lieten zich hier zien. Een mooi begin van onze reis die, naarmate de zon lager gaat staan, omlijst wordt door berghellingen in helder paarse en grijsblauwe tinten. En dat alles bij zomerse temperaturen!

INTERESSE IN ONZE SNEEUWLUIPAARD-REIS IN 2017?  Klik dan hier!

De volgende ochtend begonnen we de dag met het verkennen van Leh en omgeving. Doelsoort van vandaag: Ibissnavel, een steltlopersoort die alleen rond bergrivieren in de Himalaya voorkomt. Opnieuw verlaten we Leh, langs het dal van de Indus, maar nu in zuidoostelijke richting. De eerste soorten die ons pad kruisten zijn Witte en Citroenkwikstaart, Bergtjiftjaf, Hop en een juveniele Reuzenzwartkopmeeuw. Toen we na enkele stops nog steeds geen Ibissnavel hadden gevonden, liet Maarten zich niet uit zijn lood slaan en besloot om de lunch nog even te laten wachten. Achter de zomerresidentie van de Dalai Lama wist hij nog een vierde locatie die mogelijk geschik zou zijn… BINGO! Bij aankomst noteerden we de eerste Ibissnavel die zich op zijn gemak liet bekijken.

Na de lunch bezochten we het klooster van Thiksey. Na een hele resem trappen bereikten we tenslotte het dak van het kloostercomplex, waar we beloond werden met een magnifiek uitzicht over het Indusdal. In de wandelgangen troffen we talrijke muurschilderingen aan. Het was even slikken toen we zelfs een Sneeuwluipaard ertussen vonden… Een voorteken?

In de namiddag bereikten we opnieuw het hotel en besloten we de markt van Leh te verkennen. De gedroogde abrikozen waren zeker voor herhaling vatbaar! Ik besluit ook nog een wollen sjaal te kopen. Je weet maar nooit met deze reis doorheen het dak van de wereld!

Na het avondeten gaf onze gids ons een presentatie over het werk dat gedaan wordt voor Sneeuwluipaard. Zij staan voor het beter beschermen van vee in de bergdorpen en het ontwikkelen van een lokale toerismestructuur. Met spanning kijken we uit naar wat ons de komende dagen te wachten staat!

’s Anderendaags namen we onze spullen en reden Leh uit langs grandioze vergezichten van het Rumbakdal. Na één uur al bereikten we het punt waar lastdieren de bagage overnamen. Drie nogal kleine ezels worden uitgerust met al ons materiaal, wat hen aardig lijkt te lukken. De dieren lieten ons snel achter zich, terwijl we hijgend door het dal naar boven liepen. De eerste adrenalinekick van de dag laat onze vermoeidheid echter snel verdwijnen wanneer we een overhangende rots vinden waar Sneeuwluipaarden tegenaan hebben gesproeid. Ernaast zelfs verse sporen! Vanaf dit moment waren we officieel in Sneeuwluipaardenterritorium…

OP ZOEK NAAR SNEEUWLUIPAARD IN 2017? HIER meer info!

Na een rustige wandeling van een drietal uur, bereikten we het kamp nabij het dorpje Rumbak, gelegen op zo’n 3900 meter hoogte. Onze woon-, kook- en eettent stonden reeds opgesteld. Het leven van de mensen rond het kamp is een echte uitdaging. De schoonheid en eenvoud staan recht tegenover de harde weersomstandigheden die deze mensen moeten trotseren. Naast het kamp scoorden we de eerste bergsoorten als Roodmus, Roodvoorhoofdkanaries, Rots- en Klifduiven en enkele Alpenkraaien.

Aan het einde van de middag leerden we met telescopen de bergkammen af te speuren. Het Sneeuwluipaard zou zich hier vaak langs verplaatsen. We vonden al snel de eerste Blauwe Schapen, één van de favoriete voedselbronnen van het luipaard, en het gejodel van Himalayaberghoenen resulteert in de eerste waarnemingen van de soort.

De dag nadien hervatten we reeds vroeg in de morgen het scannen. De Blauwe Schapen leken echter ontspannen en tonen zo aan dat een Sneeuwluipaard niet meteen in de buurt is. Na het ontbijt zochten we in het tegenoverliggende dal naar sporen, die we echter niet vonden. Twee Himalayagieren bleken alleszins wel een nieuwe soort voor de reis te zijn!

’s Avonds scanden we opnieuw vanuit ons basecamp, maar zonder succes. De eerste tekenen van hoogteziekte begonnen toe te slaan, wanneer één van de deelnemers zich wat vreemd begon te voelen en ik met hoofdpijn en weinig eetlust te maken kreeg. En dat terwijl onze kok zich enorm had voorbereid om een feestmaal voor te schotelen… We besloten vroeg naar bed te gaan om ons zo morgen beter te kunnen focussen. De nachtelijke sterrenhemel bleek spectaculair!

De topgids was ‘s nachts aangekomen in het basecamp en zou ons vanaf vandaag vergezellen. We begonnen de dag met opnieuw een ochtendsessie scannen. Drie Lammergieren en een Steenarend zorgden voor vertier door hun uitgebreide zweefkunsten te tonen. We besloten om nog een bezoek te brengen aan de vallei van gisteren, maar zonder al te veel noemenswaardigheden.

Later op de middag deden we nog een poging op de uitkijkpost naast het kamp. Een Bergwezel was een aangename aanvulling voor onze soortenlijst. Het wachten duurde en duurde…

’s Anderendaags besloten we om de grote berghelling, vlak naast ons kamp, te beklimmen. Dit in de hoop op een beter uitzicht. We bleken inderdaad een veel beter uitzicht over Rumbak te hebben wat na vijftien minuten al resulteerde in een EURAZIATISCHE LYNX, gevonden door Gyaltson. We genoten enorm terwijl het dier zich een weg baant tussen struiken en rotsblokken op de helling. Nadat hij tenslotte verdwenen was, heerste er een uitgelaten en euforische sfeer in de groep. We hadden echter geen tijd om deze waarneming te laten bezinken! Angdus had namelijk iets zien bewegen op de helling… Zou het?

Terwijl de rest nog op zoek is naar de exacte locatie, dat op zeker anderhalve kilometer afstand van onze post gelegen is, wordt Angdus steeds zekerder dat dit het SNEEUWLUIPAARD is! Eindelijk vinden we de juiste locatie en zien ook wij het dier voor het eerst – de lichte borst en het donkere hoofd vallen op, maar doordat het dier steeds neerligt, is er van een absolute zekerheid nog geen sprake. We blijven gebiologeerd kijken - er kan immers ieder moment iets gebeuren.

INSCHRIJVEN VOOR  DE SNEEUWLUIPAARD-REIS IN 2017 kan HIER!

Ontbijt en lunch werden naar ons toegebracht door het keukenteam. Pas enkele uren later loopt het Sneeuwluipaard een paar meter om vervolgens opnieuw afwisselend te gaan liggen en te zitten. We hebben nu ook een goed zicht op de lange staart. Het Sneeuwluipaard is binnen! Later besloot het dier in een erosiekuil langzaam naar beneden te wandelen, steeds afgewisseld met langere fases van liggen. De dagbesteding van het dier bleek dus niet bepaald spraakmakend, maar we hadden hem gelukkig allemaal gezien! Helaas zijn er wel geen goeie beelden beschikbaar van zowel de Lynx als het Sneeuwluipaard.

’s Avonds werden we verrast met een echte ‘sneeuwluipaardtaart’ – we werden gefeliciteerd met onze waarnemingen door ons ondersteunend team. Na deze geweldige dag, met maarliefst twee uiterst moeilijke katachtigen in ‘the pocket’, was het tijd om te gaan slapen.

De volgende morgen beklommen we opnieuw de berg maar naast een familie Himalayaberghoenen troffen we niets bijzonders aan. In het kamp werd intusse de douchetent opgesteld waarvan we dankbaar gebruik konden maken. De berg naast het kamp was ondertussen ons vaste uitkijkpunt geworden. Het was een flink stuk klimmen maar het overzicht over de omgeving viel niet te overtreffen. De rest van de dag werd er niet al te veel meer gezien door ons. Natuurlijk was de inspanning ook wat minder na ons succes van de dag ervoor.

We werden gewekt door het zachtjes tikken van regen op onze tenten. Bovenop de bergen blijkt een dunne laag sneeuw te liggen. Deze keer was het Jigmet die als eerste alarm sloeg. Na wat korte bewegingen werd duidelijk dat de waargenomen jager opnieuw een Lynx betrof. Voor Jigmet pas de vierde waarneming en nog maar de tweede in het Hemis National Park. Rondom de Lynx zaten Tibetaanse Hazen, Himalayamarmotten en Himalayaberghoenen die zich van geen kwaad bewust waren. In de hoop op wat actie wachtten we een tijdje af, maar zonder succes.

Pas nadat we het dorp richting Stok La verlieten en een gebied met kort, stekelig struikgewas bereiken barst het vogelleven los. We vonden Roodborstheggenmussen, Reuzenroodmussen, enkele Himalayaboszangers en een vermeende Royle’s Pika. Stuk voor stuk allemaal prachtige soorten.

De terugweg leidde ons door het dorp Rumbak waar een tiental families van akkerbouw en toerisme leven. Bijna elke familie biedt een home stay aan en al snel werden we voor een kop thee naar binnen gevraagd. Wij zagen nog maar een enkele landbouwmachine, verder wordt alles nog gedaan met dieren of handmatig. De aanleg van de nieuwe hoofdweg zal het leven in dit dorp ongetwijfeld snel en grondig veranderen. Of de katten rond Rumbak hieraan zullen kunnen wennen is maar de vraag…

Na een ochtendsessie zonder al te noemenswaardige waarnemingen vertrokken we naar Yurutse, dat 200 meter hoger gelegen is dan ons kamp. Hier zouden we een nacht logeren bij de lokale mensen. Ontelbaar veel Roodmussen en Roodvoorhoofdkanaries bleken aanwezig in de omgeving rond de boerderij.

’s Avonds vatten we post op een steile helling boven de boerderij. Maarten sloeg weer toe met ditmaal een Tibetaanse Wolf die hij in de verte wist te ontdekken. De wolf liet zich prima zien en completeerde onze lijst met bijzondere zoogdieren. In de home stay konden we achteraf weeral genieten van een uitmuntende maaltijd.

De ochtend verliep kalm met een meewerkende Bergwezel als voornaamste waarneming. Ons doel voor vandaag was echter de Kandala-pas, gelegen op 4900 meter hoogte. De weg naar de pas was makkelijk begaanbaar maar de hoogte zorgde voor een uitputtingsslag. Om de vijftig stappen moeten we even pauzeren om naar lucht te happen. Bijna boven werden we reeds beloond met prachtige waarnemingen van Lammergier, Himalayagier, meerdere families Tibetaanse Patrijzen, Tibetaanse Hazen en Himalayamarmotten.

Tijdens het laatste stukje klimmen bleek een strakke tegenwind op te steken, die de Tibetaanse wimpeltjes op de pashoogte hevig heen en weer liet wapperen.

Uiteindelijk kwamen we aan op het hoogste punt en bleek het uitzicht in alle richtingen letterlijk en figuurlijk adembenemend. Zelfs hier kwamen Gurmat en Thinlass onze lunch aandragen! Zij deden er drie uur over om van ons kamp in Rumbak naar de bergpas te stappen.  Onze tocht naar beneden was gemakkelijker, maar duurde wat langer, gezien we na een korte pauze in Yurutse terug liepen naar ons kamp bij Rumbak.

Vandaag namen we afscheid van ons kamp in Rumbak. Na het ontbijt liepen we rustig naar beneden, nog steeds op zoek naar de Zwarte Waterspreeuwen. Deze lieten zich niet zien, maar we ontdekten wel enkele Chinese Fluitlijsters. Eénmaal bij de weg aangekomen, wachtten de auto’s ons op die ons zouden terugbrengen naar Leh.In Leh liepen wij opnieuw door de marktstraatjes, waarna we vanuit een dakterras (Il Forno) zagen wij hoe de nacht zich meester maakte van Leh.

De volgende dag vertrokken we al vroeg naar het Tsokarmeer. We stopten diverse keren op zoek naar bijzondere vogels en zagen eindelijk Witkruinroodstaarten en Grote - of Reuzenroodmussen.

In Rumtse kregen we een dansvoorstelling te zien van de school. (Groot)ouders, de plaatselijke lama en een legerdelegatie waren aanwezig. Muziek en kostuums bleken prachtig, en zelfs een Lammergier bracht een bezoekje…

Vlak achter Rumtse begint de weg die met een lengte van 24 kilometer omhoog slingert naar de Taglanglapas, met 5200 meter de op één na hoogste ter wereld. De uitzichten waren spectaculair, de lucht ijl. Minpunten waren het volledige gebrek aan roetfilters bij Indiase vrachtwagens en het feit dat Nepalese en andere gastarbeiders onder erbarmelijke omstandigheden deze pas moesten onderhouden.

Zoals iedereen stopten wij op de pas voor het uitzicht. Daarna was het nog een uurtje tot ons kamp aan het Tsokarmeer. Enigszins moe arriveerden we daar na een rit van tien uur met vele interessante stops en onvergetelijke indrukken van het Himalaya-landschap.

Na een koude nacht, de flessen met drinkwater die in het voortent stonden bleken bevroren,  reden we ’s ochtends naar het dal waar een klein bergstroompje het Tsokarmeer voorziet van water. Onderweg veel Tibetaanse Ezels, zo’n twintig Argalischapen en een Rode Vos. In het dal troffen we veel vogels aan, waaronder de Holengaai en de Tibetaanse Sneeuwvink. Ook hier opnieuw enkele Argali’s, een Rode Vos en de hier voorkomende Ladakh Pika. Gyaltson ontdekte twee Tibetaanse Wolven die langs het dal de bergen op liepen en zich prachtig lieten zien.

KAN JE NIET WACHTEN OM MEE TE GAAN IN 2017?  Klik dan hier!

Na het ontbijt trokken we opnieuw naar het kleine meer. We vingen een eerste glimp op van een paar Zwarthalskraanvogels in de verte en zagen honderden watervogels, waaronder Indische Gans, Casarca en een koppel Sakervalken. Langs de oever liepen we een stuk terug richting kamp, doorheen de zoutsteppe.

’s Middags keerden we terug naar deze plek, nu met beter licht, maar ook met wind. We zagen opnieuw de Zwarthalskraanvogels en Sakervalk en Maarten kon de aanwezige piepers als Wijnborstpiepers indentificeren.

’s Anderendaags bestond de ochtendexcursie uit een wandeling vanuit ons kamp richting het grote Tsokarmeer. Het zoutgehalte ligt hier veel hoger dan in het kleine meer en het aantal vogels is daardoor beperkt. Het opgedroogde zout aan het oever leek op sneeuw en creëerde een onwerkelijke, winterse indruk. Langs de waterlijn liepen diverse steltlopers, waaronder Terekruiter en Steltkluten. Casarca’s en Indische Ganzen verbraken de stilte met hun luide roep.

Na het ontbijt namen we afscheid van het Tsokarmeer en begonnen aan de terugweg naar Leh, onderbroken door meerdere stops. ’s Avonds gingen we met alle mannen, waaronder scanners Gyaltson, Angdus en Changchuk, het keukenteam Urgan, Gurmat, Thinlass en de chauffeurs, eten in het Apple Tree restaurant in Leh. Wij namen afscheid van het team dat onze kennismaking met Ladakh en zijn overweldigende natuur mogelijk maakte.

De ochtendvlucht bracht ons naar Delhi met weeral prachtige uitzichten op de toppen van de Himalaya! In Delhi werden we opgewacht door twee gidsen van Asian Wildlife. Zij brachten ons naar het hotel vlakbij de luchthaven.

Na twee weken Ladakh voelde Delhi heet en klef. Wij bekeken Lodi Garden, baanden ons door het drukke verkeer en bezochten het Okhla Bird Sanctuary. Na het bekijken van de India Gate aten we een laatste keer samen en namen daarna onze terugvlucht richting België en Nederland.

Ondergetekende: Jörg Hamann

Wil je met ons mee op zoek naar Sneeuwluipaard in 2017? Klik dan hier!